Mijn motto is doen! Maar zij willen alsmaar overleggen

Ik heb een afspraak met een cliënt. De bel gaat en ik doe open. In de deuropening staat een man van rond de 45 jaar, spijkerbroek, stoere leren jas en een stoppelbaard. Hij geeft mij een krachtige hand en stelt zich voor als Peter.

Peter is ondernemer en heeft een bouwbedrijf met 25 medewerkers. Het bouwbedrijf heeft hij zelf van de grond af opgebouwd en er hard voor gewerkt.

Ik vraag Peter wat ik voor hem kan doen?

Peter geeft aan geen probleem te hebben: “Als iedereen zijn werk doet wat er van hem of haar verwacht wordt, is er niets aan de hand.”

– “Wat verwacht jij dan, Peter?”

– “Dat zij net zo hard werken als ik. Ik heb een hekel aan overleggen. Mijn motto is gewoon doen, actie! Maar doordat ik gegroeid ben heb ik een aantal uitvoerders op het werk. Deze uitvoerders verwachten van mij dat ik wekelijks een vergadering inlas om de openstaande werken te evalueren. Ik vind dat niet nodig, ik weet toch wel wat er allemaal speelt op de werkvloer. Ik vind het fijn als ik de controle in eigen hand heb. Dus als zij doen wat er gevraagd wordt is er wat mij betreft niets aan de hand. Ze weten ook dat als er iets is, zij bij mij terecht kunnen. Een van de uitvoerders heb ik ook geholpen toen hij in de schuldsanering zat. Ik zag die jongen zo de afgrond ingaan, een vicieuze cirkel naar beneden, dat kon ik niet aanzien. Wat heb ik gedaan? Ik heb zijn schulden overgenomen. Maar ja, dan verwacht ik wel dat hij er is op het werk.”

– “Peter, hoe ziet het personeel jou?”

– “Tja, ik ben direct. Zeg waar het op staat en zal er geen doekjes omwinden. Conflicten ga ik niet uit de weg. Ik merk wel dat sommige medewerkers dat lastig vinden. Weet u en daar loop ik tegen aan. Ik merk dat het met sommige van de medewerkers wat stroever loopt in de communicatie, zaken blijven liggen of worden uitgesteld. Dat begrijp ik niet, ga daarover piekeren en merk dat ik mijzelf meer afzonder. Ik kom zelf niet meer tot actie laat de dingen gebeuren en sluit mij het liefst op kantoor op. Ik raak het overzicht kwijt en dat vind ik niet fijn.”

Daarvoor heb ik de stap gezet om een afspraak met u te maken ondanks dat ik vind dat ik het zelf wel kan oplossen geef ik het toch een kans.”

Ik geef aan dat ik begrijp dat Peter het zelf op kan lossen dat heeft hij ook de afgelopen 25 jaar gedaan.

– “Peter mag ik je als coach mijn feedback geven?”

– “Ja, graag. Daarvoor ben ik hier.”

Ik geef Peter een beschrijving van zijn persoonlijkheid zoals ik deze zie en voel: “Peter, jij bent een man met een klein hartje maar om dit hartje heb jij een muur gebouwd zodat jij niet gekwetst kan worden. Je bent sterk, je hebt veel energie en hebt een groot rechtvaardigheidsgevoel. Je bent een man van daden, eerst doen en dan denken. Je neemt gemakkelijk de leiding maar vindt het lastig om te delegeren. Je vindt het lastig als anderen jouw mening niet delen en kan daardoor de strijd met de ander aangaan omdat jij vindt dat jouw mening de waarheid is.
Daarnaast ben je betrouwbaar en bescherm jij de mensen waar jij voor staat.
Als jij je actie en doelgerichtheid verliest raak jij in de stress en ga je veel meer denken dan doen, dat denken kan dan overslaan in piekeren waardoor zoals jij aangaf in het gesprek “het liefst opsluit op je kantoor”. Wat jou machteloos maakt want je verliest de controle zoals je eerder aangaf.”

– “Herken jij jezelf in wat ik aangeef, Peter?”

Ik merk dat Peter met mij in discussie wilt gaan. Ik vraag hem waarom hij zich wilt verdedigen. Ik blijf bij mijn standpunt en laat me niet door Peter overrulen. Ik stel de vraag “waarom moet jij sterk zijn? Mag jij niet je zwakke kant laten zien?”
Peter merkt dat het geen zin heeft om met mij de strijd aan te gaan. Hij geeft aan dat hij zichzelf zeker herkent in mijn beschrijving van zijn persoonlijkheid.
Ik geef Peter aan dat ik hem kan helpen maar dat ik van Peter wel commitment verwacht.

– “Kan ik daar op rekenen, Peter?”

– “Ja, zegt Peter geef maar aan waar ik kan beginnen.”

– “Peter, je probeerde net met mij de strijd aan te gaan toen ik je vertelde wat voor persoonlijkheid jij bent, wat je kwaliteiten zijn maar ook je valkuilen. Ik vraag jou te gaan kijken wanneer jij de strijd met de ander gaat. Wat gebeurt er dan? Wat triggert er? Daarnaast vraag ik je om het gesprek aan te gaan de aankomende weken met de uitvoerders. Ga het gesprek individueel aan desnoods per week één uitvoerder. Ik vraag je te luisteren naar de ander en vragen te stellen. Op het moment dat jij jouw mening wilt geven of je kracht in wilt zetten, haal je een paar keer diep adem. Focus op het luisteren naar de ander en stel vragen.”

Ik zie Peter na een maand terug en vraag hem wat deze twee opdrachten hem hebben opgeleverd. Peter geeft aan dat hij snel de strijd met de ander wil aangaan, dat hij zichzelf groter maakt ten op zichtte van de ander. Maar ziet nu ook dat daardoor anderen juist van hem weg bewegen.

– “Wat mag jij niet laten zien van jezelf, Peter?”

Peter kijkt mij aan, ik zie het aan zijn gezicht. Hij zegt “Als ik de muur om mijn hart weghaal dan ben ik kwetsbaar en dat kan niet.”

Ik spreek met Peter af dat wij aan zijn kwetsbaarheid gaan werken, kracht heeft hij al. Ik vertel hem “Vanuit jouw kwetsbaarheid krachtig zijn is anders dan krachtig zijn. Je zult zien, Peter, dat als jij je kwetsbaar durft op te stellen, mensen anders op je gaan reageren. Door innerlijk te groeien heb je uiterlijke kracht!”

Laat een reactie achter